HIERONYMUS VAN ALPHEN EN ZIJN KLEINE GEDIGTEN VOOR KINDEREN

HIERONYMUS VAN ALPHEN (1746-1803)

I. Het ontstaan van Kleine gedigten….

- Daarvan hing het heil van zowel het individu als de natie af.

- Wie, als de Verlichtings-ideologen, geloofde in de maakbaarheid van een samenleving met redelijke en daardoor ook deugdzame burgers had immers de beste kans van slagen met de opvoeding van de jeugd

  1. John Locke en zijn Some Thoughts concerning Education (1693), 1753 - de Nl. vertaling

2) Jean-Jacques Rousseau en zijn Émile, ou de l'Éducation (1762)

- de ideale educatie beschreven en gedemonstreerd aan het geval van de jonge Émile, die, ver van de beschaafde (= bedorven) wereld, een natuurlijke opvoeding kreeg.

3) Johann Bernhard Basedow - de stichter in 1774 van het Philantropinum te Dessau

4) Ook inheemse opvoedingstradities

a) een christen-humanistische met Cats, Van Effen en andere 18de-eeuwse spectators

b) een streng-gereformeerde

II. Literaire aspecten van Kleine gedigten….

1. De vorm van de gedichten

2. Kinderwereld in de gedichten

(deze eigenschappen voor de verlichte burger uit de 18de eeuw de hoogste vorm van geluk)

Wie dom bleef miste ook de kans op volwaardig menszijn

- Het antwoord in `Klaartje en Keetje': `Somtijds spelen, somtijds lezen,/Dat zal wel het beste wezen'.

  1. Tegenover dit maatschappelijk conservatisme: denkbeelden en gevoelens die van een verlichte geest getuigen:

  1. de afwezigheid van elke godsdienstige leerstelligheid

b) De aanwezigheid van het nieuwe patriottische sentiment

(hier nog vrij van de partijpolitieke invulling uit de jaren tachtig, toen Patriotten en Oranjegezinden tegenover elkaar kwamen te staan) b.v.`De liefde tot het Vaderland'

c) Maar het verlichte denken kent in de 18de eeuw diverse modificaties naar tijd, landaard, godsdienstige inkleuring en werkingsterrein

III. Illustraties

4