background image

Verrijkt straattaal de Nederlandse taal of maakt ze haar kapot? 

I. El Hadioui, stadssocioloog - 8/04/10 

Gaat  het  Standaarnederlands  kapot  aan  straat-  en  chattaal?  “Er  zijn  jongeren  die 
gemakkelijk 

kunnen 

‘switchen’ 

van 

straattaal 

naar 

standaardtaal”, 

weet 

stadssocioloog  Iliass  El  Hadioui.  “Maar  het  grote  probleem  is  dat  lager  opgeleide 
jongeren die ‘switch’ niet kunnen maken.” Dat is een gevaar voor onze standaardtaal 
én voor de kansen van die jongeren in onze maatschappij. Denkt u daar ook zo over?
 

Taal  staat  nooit  stil.  Altijd  ontstaan  er  nieuwe  woorden,  nieuwe  constructies  en  nieuwe 
betekenissen,  en  die  zijn  altijd  gekoppeld  aan  culturele  opvattingen,  aan  een  geografische 
omgeving  en  aan  de  mentaliteit  van  de  mensen  die  ze  spreken  en  schrijven.  Taal  draagt 
cultuur  in  zich  en  cultuur  brengt  taal  voort.  Om  die  reden  hebben  samenlevingen  altijd  het 
belang  van  taal  benadrukt.  Taal  maakt  een  gemeenschappelijke  identiteit  van  een 
samenleving mogelijk. 

Taal  kan  binden,  maar  taal  kan  ook  uitsluiten.  Soms  ervaart  men  een  taalvernieuwing  of 
taalvariatie (bijvoorbeeld een dialect, een tongval of een accent) als een creatieve verrijking 
van  een  taal,  als  een  exotische  bijdrage  daaraan.  Tegelijkertijd  zien  sommigen  die 
taalvariatie als een bedreiging of een ondermijning van de (standaard)taal. Anders gezegd: 
mensen kunnen taalvernieuwing ervaren als een positieve ontwikkeling, als een vooruitgang, 
maar ook als een negatieve ontwikkeling, als een taalachterstand of taalachteruitgang. 

Is  straattaal  een  taal?  Is  het  een  nieuwe  taal  of  is  het  samengesteld  uit  onderdelen  die  al 
bestonden? Vervangt het een bepaalde taal of voegt ze slechts iets toe? Vooral in de grote 
Nederlandse  steden  lijkt  straattaal  onvermijdelijk  plaats  te  hebben  genomen  in  de 
supermarkt  der  talen.  Inderdaad,  een  deel  van  de  jongerenpopulatie  in  de  grote  steden 
communiceert  dag  in  dag  uit  in  een  taal  die  onverstaanbaar  is  voor  veel  andere  bewoners 
van  Nederland.  Is  die  straattaal  onderdeel  van  de  Nederlandse  taal  of  verschilt  die  daar  te 
veel van? 

Straattaal  heeft  zo  zijn  eigen  kenmerken.  Allereerst  is  het  een  bricolage-taal.  Het  is  een 
nieuwe  taal,  gemaakt  uit  bestanddelen  afkomstig  uit  bestaande  talen.  De  Nederlandse  taal 
vormt  de  basis,  maar  veel  woorden  en  uitdrukkingen  komen  voort  uit  Surinaamse, 
Marokkaanse en Engelse woorden en uitdrukkingen. Opvallend is  verder aan straattaal dat 
aanwijzende  voornaamwoorden  als  die  en  dat  structureel  verkeerd  worden  toegepast. 
Straattaalsprekers  zeggen  haast  alleen  die:  die  meisje,  die  boek,  die  huis….  In  de 
geschreven  straattaal  overtreden  of  negeren  ze  veel  spellingregels  van  de  standaardtaal: 
veel  woorden  worden  verkort  of  anders  geschreven.  De  oorzaak  ligt  vaak  in  het  chatten
Onder invloed daarvan veranderen woorden van vorm: toch wordt togeven wordt effehoe 
is  het?
  wordt  hoeist?  Ten  slotte  is  straattaal  ook  een  mannelijke  taal:  de  toon  en  woorden 
verwijzen naar een stoere, flitsende, macho leefstijl. 

Straattaal is een product van de stedelijke straatcultuur onder jongeren. Er zijn jongeren die 
gemakkelijk kunnen ‘switchen’ van straattaal naar standaardtaal. Maar het grote probleem is 
dat  er  ook  jongeren  die  zijn  die  ‘switch’  niet  kunnen  maken.  Dat  zijn  vaak  lager  opgeleide 
jongeren. Bij hen heeft het gebruik van straattaal tot gevolg dat het hun kennis en beheersing 
van de standaardtaal ondermijnt. Anders gezegd: onder invloed van straattaal gaan die lager 
opgeleide jongeren slechter Nederlands spreken en schrijven. Uiteindelijk zal dat negatieve 
gevolgen  hebben  voor  hun  kansen  in  onze  formele  maatschappij  waarin  immers  de 
standaardtaal Nederlands de hoofdrol speelt. 

Bron: http://taalschrift.org/discussie/005576.html